Inflatie en looncompensatie – Nieuwsbrief september

Inflatie en looncompensatie – Nieuwsbrief september

Inflatie en looncompensatie, enkele (juridische) bespiegelingen

De inflatie is de laatste maanden meer dan 10%. De effecten op de arbeidsmarkt worden steeds duidelijker.
In verschillende cao’s zijn forse loonstijgingen overeengekomen in verband met de hoge inflatie. De NS-cao was de eerste grote cao waar een forse loonstap werd gemaakt: bijna 10%.
Er wordt gevreesd voor een inktvlekwerking. Inmiddels is in de Grootmetaal-cao een loonsverhoging van ruim 9% overeengekomen:

De FNV zet ook fors in:
“FNV eist in elke cao inflatiecorrectie, betekent vermoedelijk looneis van 12 procent”
(bron: NOS Nieuws• Maandag 19 september, 15:50)

Hoe is de inflatiecorrectie eigenlijk in arbeidsrechtelijke verhoudingen geregeld? Bestaat er een recht op inflatiecorrectie?

Als eerste moet worden afgevraagd wat inflatiecorrectie is. Het gebruik van die term leidt op zichzelf niet tot een aanspraak van een concreet percentage of een metingsmethodiek daarvoor. In de meeste cao’s en arbeidsovereenkomsten is bepaald dat het loon jaarlijks wordt geïndexeerd/verhoogd aan de hand van het prijsindexcijfer van het CBS. Meestal wordt het prijsindexcijfer consumenten gehanteerd. Die cijfers zijn als volgt:

Consumentenprijzen; prijsindex 2015=100
Perioden CPI (2015 = 100) Jaarmutatie CPI Jaarmutatie CPI afgeleid
Aug 2021 110,71 2,3 2,4
Jul 2022 121,57 12,4 10,3
Aug 2022 123,95 14,3 12
Sept 2022 129,28 17,1

(Bron: CBS/ StatLine)

Het is duidelijk, het percentage loopt flink op: 2,4% vorig jaar en 12% in augustus jl. Echter het CBS presenteert ook afgeleide cijfers en die komen nog hoger uit.

Als indexatie van de lonen wordt overeengekomen is het dus van belang dat nauwkeurig wordt aangegeven met welke categorie een indexering wordt toegepast en per welk peilmoment.

Indexatie in een cao/arbeidsovereenkomst is in principe bindend
Een overeengekomen indexering is contractueel bindend, net zoals overige contractuele afspraken bindend zijn. Ook bij ongekend hoge indexeringen geldt dat die dus gewoon bindend zijn en dat die moeten worden nagekomen. Het probleem in lopende cao’s kan zijn dat toen de indexaties werden afgesproken, werd uitgegaan van het toen bestaande beeld van een al jarenlange inflatie van slechts rond de 1,5%. Niemand kon bevroeden dat dit percentage in korte tijd zo hoog zou oplopen. Zulke hoge cijfers waren niet te voorzien. Zo reageerden de werkgevers bij de Schilders-cao:

Als we dat moeten compenseren, is dat het failliet van de sector. We hebben al te maken met een enorme kostenstijging van het materiaal. Dat kunnen we meestal niet doorberekenen aan opdrachtgevers. Een dergelijke loonstijging daarbovenop is niet op te brengen.”

Juridische mogelijkheden
Wat zijn de juridische mogelijkheden voor dat soort situaties? De wet bepaalt in artikel 6:248 lid 2 BW :

Een tussen partijen als gevolg van de overeenkomst geldende regel is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Daarnaast kan op grond van art. 6: 258 BW, namelijk onvoorziene omstandigheden, aanpassing van de overeenkomst worden gevorderd:

  1. De rechter kan op verlangen van een der partijen de gevolgen van een overeenkomst wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. Aan de wijziging of ontbinding kan terugwerkende kracht worden verleend.
  2. Een wijziging of ontbinding wordt niet uitgesproken, voor zover de omstandigheden krachtens de aard van de overeenkomst of de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening komen van degene die zich erop beroept.

Het criterium “naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar” – die ook geldt voor de onvoorziene omstandigheden van artikel 258 is een zware eis waar niet snel aan zal zijn voldaan. Zou dit kunnen worden toegepast bij de huidige hoge inflatiecijfers? Verdedigd kan worden dat de huidige inflatiecijfers ”onvoorziene omstandigheden” zijn als bedoeld in art 258 lid 1, maar het nemen van de hobbel van lid 2 – voor wiens rekening de omstandigheden geacht moeten worden te komen – lijkt een behoorlijke kluif.

Bijzondere positie arbeidsrecht
Een andere vraag is in hoeverre dit soort algemene civielrechtelijke leerstukken wel gelden in het arbeidsrecht. In het verleden werd vaak gezegd dat vanwege het bijzondere karakter van de arbeidsovereenkomst dit soort algemene regelingen niet van toepassing zijn. Dit geldt voor algemene regelingen zoals opschorting, schuldeisersverzuim en de klachtplicht van art. 6:89 BW. Meer recente opvattingen verdedigen echter dat zulke algemene leerstukken ook in het arbeidsrecht van toepassing zijn. Recentelijk heeft het gerechtshof Amsterdam dat in vier arresten expliciet – met de nodige mitsen en maren – bepaald ten aanzien van de klachtplicht van art. 6:89 BW (ecli:ghams:2022:1060, 1061, 1062 en 1063). Het laatste oordeel daarover ligt echter inmiddels bij de Hoge Raad.

Wat is onredelijk?
Dat een indexering hoog uitvalt is niet per definitie onredelijk. De directeur van de werkgeverskoepel FME (Theo Henrar) zegt in het kader van de eerdergenoemde grote loonsverhoging van 9% in de grootmetaal cao daarover:

Dit is een elegante oplossing. Anders dan vaak wordt gedacht, zijn ceo’s niet blind voor de noden van hun medewerkers.”

Dat is een heel ander geluid dan bij de Schilders-cao! Nu is de grootmetaal vanzelfsprekend een sector met relatief lage werknemersaantallen zodat de sterk gestegen loonkosten daar relatief niet zo hard aankomen. Maar de arbeidsintensieve sectoren, met name de sectoren die voor inkomsten afhankelijk zijn van bijvoorbeeld de overheid zoals de zorg, hebben met dergelijke loonkostenverhogingen wel een acuut probleem: flinke kostenstijgingen terwijl de inkomsten niet toenemen. Daar is ook de roep om de cao-afspraken open te breken. Al zal dat geen makkelijke opgave zijn.

Uitzonderlijke omstandigheden
Bij het maken van afspraken omtrent loonstijgingen moet bedacht worden dat de kosten nu zo sterk stijgen vanwege uitzonderlijke omstandigheden. Wanneer de situatie weer is gestabiliseerd, mag verwacht worden dat de inflatiecijfers weer zullen dalen. Hoe lang dat gaat duren kan niemand voorspellen, maar deze hoge cijfers lijken tijdelijk van aard.

Praktische remedies
Het past dan ook om ter zake de compensatie eerder tijdelijke correctiemaatregelen te nemen dan structurele loonsverhogingen. Die laatsten blijven immers voortbestaan ook wanneer de uitzonderlijke prijsverhogingen voorbij zijn.

Bovendien is de overheid druk doende met het treffen van maatregelen om de inflatiecijfers te beteugelen en zelfs terug te dringen. Als gevolg daarvan zullen hopelijk de hoge inflatiecijfers zakken. Het ligt dan in de rede om niet op basis van de huidige uitzonderlijke hoge cijfers nu langdurige afspraken te maken. Eenmalige uitkeringen passen beter bij de huidige toestand en bieden voor de acute nood – die per geval sterk kan verschillen – door maatwerk ook een goede, zo niet een betere oplossing.

Een andere insteek is een absoluut ‘plafond’ af te spreken, bijvoorbeeld toepassing van het ‘CBS-consumentenindexcijfer afgeleid’ met een maximum van bijvoorbeeld 5%.

Gelden geen cao/contractuele afspraken omtrent indexering?
Indien in de cao, maar waarschijnlijker in de arbeidsovereenkomst, geen afspraken zijn gemaakt omtrent loonindexering, dan geldt er in principe geen verplichting om een indexering toe te passen. Tenzij – en daar komen we het weer tegen – het niet wijzigen/verhogen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Belangrijke uitzondering hierop is het minimumloon: het loon moet altijd worden aangepast zodanig dat het niet onder het minimumloon uitkomt. Het minimumloon wordt  per 1 januari 2023 met ruim 10% verhoogd.

Hoe erg is dit alles?
Loonstijgingen dragen het risico in zich dat het de inflatie verder opdrijft. De Nederlandsche Bank heeft echter in een bericht van 17 augustus 2022 aangegeven dat er ruimte is voor de lonen om te stijgen. Er zijn volgens de bank geen aanwijzingen voor een loon-prijsspiraal:

“Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat de inflatie via loonstijgingen en een zichzelf versterkende loon-prijsspiraal gaat leiden tot langdurig aanhoudendehoge inflatie. Daarmee is er in de huidige macro-economische omstandigheden ruimte voor sterkere loongroei.” 

(Bron dnd.nl/algemeen-nieuws)

In de toekomst kan het wel gebeuren dat zo’n spiraal zich voordoet, maar dat kan voorkomen worden door in loonafspraken af te zien van automatische prijscompensatie. De hiervoor genoemde remedies kunnen hierbij een nuttige rol spelen.

Het zijn moeilijke tijden.

Met vriendelijke groet,

Wilfred Groustra
groustra@ungernolet.nl